Bofbelasting

""

De brandstofprijzen willen maar niet dalen. U zult het ongetwijfeld gemerkt hebben. En de verwachtingen op dit moment stemmen niet positief.

De vraag is natuurlijk waar al dat geld blijft. Velen wijzen meteen naar de overheid door de hoge accijnzen in Nederland.

Die accijnzen zijn echter vast; een hogere “kale” prijs van de brandstof levert geen extra accijnzen op. Misschien zelfs minder, want het autogebruik zal dalen.

Een klein voordeel voor de overheid is er wel in de vorm van de BTW, want die opbrengst stijgt wel met een hogere kale brandstofprijs.

Die hogere kale brandstofprijs komt bij de grotere olieconcerns terecht, zoals Shell, BP en Total.

En omdat politiek Den Haag zich nog niet waagt aan tegemoetkomingen voor de automobilist klinkt de roep om een bofbelasting, ook wel woekertaks genaamd. De hogere winsten zouden onredelijk of onethisch zijn en dat is dan het motief om een extra belasting te heffen.

Probleem is natuurlijk: wanneer is iets onredelijk of onethisch? Voor de oorzaak van de hoge prijen moet u in het Witte Huis zijn; de olieconcersn zijn de oorlog niet begonnen.

Als de aardappeloogst tegenvalt, stijgen de prijzen ook. Maar moet dan de boer of de handelaar extra belast worden?

En dan natuurlijk nog het punt wat te doen als het een olieconcern flink tegenzit? Komt het dan in aanmerking voor overheidssteun? Waarschijnlijk niet.

Verder zijn er nogal wat praktische bezwaren. Wanneer houdt een winst op redelijk te zijn? Ofwel vanaf welk moment mag die winst extra belast gaan worden? En met welk percentage?

Belastingen mogen alleen geheven worden op grond van een wet. Dus eerst zal die wet angenomen moeten worden. Zo’n traject neemt al gauw enige jaren in beslag. En met terugwerkende kracht kun je in de regel geen belasting innen. Men loopt dus achter de feiten aan.

Maar hier speelt nog een ander probleem. De grotere concerns zijn multinationals met vestigingen over de hele wereld. De winsten kan men dan genieten in landen, waar geen bofbelasting geldt. Of in landen, waar zo’n bofbelasting wel geldt, maar het totale tarief toch alleszins meevalt.

Dit ontwijkingsgedrag is heel normaal en ook (binnen bepaalde grenzen) toegestaan. Een heleboel van dit soort afstemming vindt overigens in Nederland plaats. Denk aan de vele trustkantoren op de Zuidas.

Los van de bofbelasting gaat de Belastingdienst hier pragmatisch mee om. Vaak worden afspraken gemaakt met zo’n multinationale onderneming, waarin men vastlegt  wat als winst wordt gezien. Voordeel voor zowel de onderneming als de Belastingdienst is de duidelijkheid. Het tarief van de belasting staat overigens nooit ter discussie.

Geen enkel bedrijf wil, dat concurrentiegevoelige informatie op straat komt te liggen. Daarom vinden de onderhandelingen ook plaats achter gesloten deuren. Dat staat natuurlijks haaks op het streven naar openbaarheid en geeft voeding aan het sentiment van achterkamertjespolitiek.

Zo’n extra belasting heeft dan ook alleen zin als die minimaal op Europees niveau wordt ingevoerd. Maar dan moet eigenlijk ook sprake zijn van een bepaalde mate van harmonisatie van belastingtarieven.

En nu het woord “harmonisatie” toch gevallen is, dat geldt misschien ook wel voor de accijnzen.

 

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met R&S Consult. Het eerste gesprek is altijd vrijblijvend en kosteloos.

 Doorsturen van dit bericht is toegestaan, maar dan wel met bronvermelding: 073bedrijfsadvies.nl.

R&S Consult spant zich in om de inhoud van deze website en bovenstaand bericht zo actueel, juist en volledig mogelijk te houden. Desondanks is het mogelijk dat de inhoud gedateerd, onvolledig en/of onjuist is.