De nieuwe pensioenwet

 

Er is de afgelopen jaren veel over te doen geweest: de nieuwe Pensioenwet. Ondanks de miljarden in de pensioenfondsen kon (lees: mocht) er niet worden geïndexeerd.

Pensioenfondsen moeten hun verplichtingen waarderen met een “rekenrente”. Een lage rente houdt in, dat je voor de toekomst meer vermogen aan moet houden. En dan blijft er dus minder of niks over om te indexeren.

En laat die rekenrente de laatste jaren nu extreem laag zijn geweest.

Om dat te voorkomen moest er een nieuw stelsel komen. Het idee is, dat de pensioenen meer me gaan bewegen met de beurskoersen. Gaat het goed, dan kunnen de pensioenen flink omhoog. De keerzijde zal duidelijk zijn: in tijden van crisis wordt het pensioen lager. Het roept verschillende vragen op.

Allereerst is niet vastgesteld of het oude stelsel niet aangepast kon worden. Het heeft immers decennia goed gefunctioneerd. Het Nederlandse pensioenstelsel staat sinds jaar en dag bekend als één van de beste. Het probleem zit hem in de diverse zekerheidsmechanismen, die langzaam maar zeker zijn aangebracht. Dat kan niet anders als je naar 100 % garantie streeft.

Het is te vergelijken met een voordeur, waar vijftig sloten op zitten: wat is de toegevoegde waarde van nummer 50? Waarschijnlijk zo goed als nihil. Met wat minder van die zekerheidsmechanismes zou het oude stelsel waarschijnlijk nog jaren kunnen functioneren.

Maar natuurlijk kan gesteld worden, dat het oude stelsel geen zekerheid kon bieden. En dus is het nieuwe stelsel wat dat betreft misschien even goed. De toekomst zal het leren. Eén ding staat echter wel vast: in het nieuwe stelsel zullen de schommelingen sneller doorwerken dan in het oude. Dat is natuurlijk leuk als dat een verhoging van het pensioen inhoudt, maar andersom?

Het grootste probleem zit in de overgang van “oud” naar “nieuw”. Een mogelijkheid zou zijn om het oude stelsel van toepassing te laten zijn op alle pensioenrechten die voor bijvoorbeeld 1 januari 2025 zijn opgebouwd. Alles, dat daarna wordt opgebouwd, volgt dan de nieuwe systematiek. Dat wil men niet: je zit dan nog 40 jaar met twee systemen, wat veel te duur zou zijn.

Daarom worden alle onder het oude stelsel opgebouwde pensioenen omgezet in een pensioenpot volgens het nieuwe stelsel. Voordeel is natuurlijk, dat er dan nog maar één systeem bestaat. Maar dan zijn er nog twee andere problemen.

Ten eerste de vraag hoe omgegaan moet worden met discussies over rechten, die onder het oude stelsel zijn opgebouwd? Dat is dan niet meer na te gaan, want dat oude stelsel is definitief bij het grof vuil gezet.

Maar ook de ombouw van de rechten onder het oude stelsel naar rechten onder het nieuwe stelsel zal de nodige problemen met zich meebrengen. Hoe gaat men dat bepalen? Daar gaat veel tijd en geld in zitten.

De voorstanders van het nieuwe stelsel zijn vooral te vinden binnen de pensioensector. En dat zijn nou net de mensen, die hier enorm aan gaan verdienen. Wie dat gaat betalen? De pensioenfondsen, uiteindelijk dus de pensioengerechtigden.

De afgelopen jaren hebben we een paar parlementaire enquêtes gezien (Groningen, toeslagen, fraudebeleid). Telkens ook weer de conclusie, dat “dit nooit had mogen gebeuren!” Over vijf á tien jaar hebben we waarschijnlijk weer een parlementaire enquête: over de pensioenen, want dit had natuurlijk nooit mogen gebeuren!  

 

 
Wilt u meer weten? Neem dan contact op met R&S Consult. Het eerste gesprek is altijd vrijblijvend en kosteloos.

 Doorsturen van dit bericht is toegestaan, maar dan wel met bronvermelding: 073bedrijfsadvies.nl.

R&S Consult spant zich in om de inhoud van deze website en bovenstaand bericht zo actueel, juist en volledig mogelijk te houden. Desondanks is het mogelijk dat de inhoud gedateerd, onvolledig en/of onjuist is.