Een onvoorzien pensioengat?

""

Al eerder is in deze rubriek het nieuwe pensioenstelsel aan de orde gekomen. Inmiddels zijn er al veel fondsen overgestapt van het oude naar het nieuwe stelsel.

Nu blijkt er toch nog een extra addertje onder het gras te liggen voor een substantiele groep werknemers.

Zo’n 1,6 miljoen werknemers zitten niet bij een pensioenfonds maar bouwen hun pensioen op via een pensioenverzekering.

En juist in het verschil tussen “fonds” en “verzekering” zit het verschil.

Bij een fonds betaalt iedereen ongeacht zijn leeftijd dezelfde premie (de zgn. doorsneepremie). Of je nou 25 of 60 bent, de premie is gelijk.

Dat klinkt natuurlijk eerlijk (gelijke monniken, gelijke kappen).

Maar de inleg van een twintiger zal veel langer renderen, dan de inleg van een zestiger. Voor hetzelfde inkomen op pensioendatum zou de zestiger dus eigenlijk veel meer in moeten leggen dan de twintiger.

Als je maar lang genoeg bij hetzelfde pensioenfonds blijft is er niet zoveel aan de hand. Aan het begin van je carrière betaal je eigenlijk te veel; aan het eind maak je dat weer goed.

Bij een verzekering ligt dat anders: jong betaalt weinig en oud betaalt veel. Op zich is dat natuurlijk een prima systeem; alleen het mag niet in het nieuwe pensioenstelsel.

Pensioenverzekeraars moeten straks net als de fondsen met een vaste premie voor iedereen gaan werken. Voor een twintiger houdt dat in, dat er meer ingelegd wordt dan voorheen. Meer premie betekent in de regel een lager salaris. Maar daar staat ook een hoger pensioen tegenover.

Voor de zestiger wordt er juist minder ingelegd. Dat resulteert in een hoger salaris. De keerzijde is, dat de pensioenopbouw vermindert. Het probleem zit erin, dat de meeste mensen pas over hun pensioen gaan nadenken tegen de tijd, dat men stopt met werken. Maar dan is het eigenlijk te laat om nog iets te repareren.

De zestiger moet eigenlijk het deel, dat minder aan premie wordt ingelegd door de overgang van het oude naar het nieuwe stelsel zelf in een pensioenpotje stoppen. En daar zijn legio mogelijkheden voor. Vaak kan het bij dezelfde verzekeraar. Maar er zijn steeds meer aanbieders, die een bankspaarvariant aanbieden. Welke van de twee is te verkiezen?

Iedereen bouwt in Nederland AOW-rechten op, of je nou werkt of niet. De uitkering is levenslang. Dit is de basis voor iedere pensioenberekening. Daarnaast bouwen werknemers dus rechten op bij een fonds of bij een verzekeraar. Ook die uitkering is in de regel levenslang; het is immers een “verzekering”. Wie opbouwt bij een verzekeraar, verzekert zich voor het zgn. “langlevenrisico”. Ook al word je 125, tot die tijd wordt het pensioen (net als de AOW) uitbetaald.

Bij banksparen werkt dat anders. De inleg wordt belegd en de hoeveelheid geld, die op de pensioendatum aanwezig is, staat ter beschikking van de persoon in kwestie. Dat bedrag geniet men dan gedurende een bepaald aantal jaren totdat de pot leeg is. Het “langlevenrisico” komt dan dus voor rekening van degene, die de uitkering geniet. Word je 125 dan is die pot waarschijnlijk al lang leeg.

De vraag is of dat erg is. Waarschijnlijk niet. Als via AOW en een verzekerd pensioen al een voldoende inkomen te verwachten valt, kan net zo goed gekozen worden voor de bankspaarvariant. Als die uitkering stopt op de negentigste verjaardag zal dat niet veel meer uitmaken. Vanaf die leeftijd zal de behoefte aan wereldreizen een stuk minder zijn (uitzonderingen natuurlijk daargelaten).

Maar de uitkering tot die negentigste verjaardag is wel substantieel hoger dan bij een verzekering. Dit houdt niet in, dat banksparen altijd het beste advies is. Het staat of valt met een goede inventarisatie van wensen en mogelijkheden.

En daarmee kunt u niet vroeg genoeg beginnen.

 

Wilt u meer weten? Neem dan contact op met R&S Consult. Het eerste gesprek is altijd vrijblijvend en kosteloos.

 Doorsturen van dit bericht is toegestaan, maar dan wel met bronvermelding: 073bedrijfsadvies.nl.

R&S Consult spant zich in om de inhoud van deze website en bovenstaand bericht zo actueel, juist en volledig mogelijk te houden. Desondanks is het mogelijk dat de inhoud gedateerd, onvolledig en/of onjuist is.